Gele kwikstaart voelt zich thuis in aardappelperceel
Stichting Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels (GKA) is een kennisorganisatie op het gebied van de bescherming van akkervogels en natuurbeheer in het agrarisch gebied.
We spreken met Jitty Hakkert, veldmedewerkster bij deze stichting, over akkervogels in Nederland.
Jitty, waarom zijn vogels zo belangrijk voor de Nederlandse natuur?
“Vogels komen voor in elk soort ecosysteem ze vervullen daar een belangrijke rol, zijn onderdeel van zo’n systeem. Een akker is een voorbeeld van zo’n ecosysteem die zijn eigen soorten herbergt. Daarnaast zorgen vogels voor levendigheid, een wereld zonder vogels zou mijns inziens maar een saaie bedoeling zijn. Naast dat ze nuttig zijn doordat ze bijvoorbeeld plaaginsecten opeten zijn vogels ook gewoon fascinerend en prachtig om te zien.”
Welke vogels zie je het meest in aardappelpercelen?
“De meeste akkervogels, zijn van origine steppevogels en houden van weidse open vlaktes. Steltlopers zoals kieviten en scholeksters broeden wel op aardappelakkers als de akkers nog kaal zijn of als de planten net kiemen. Een van de weinige vogels die ook daadwerkelijk graag tussen de aardappelplanten broedt is de gele kwikstaart. De gele kwikstaart is een trekvogel die begin april uit zijn overwinteringsgebieden in Afrika terugkomt naar Nederland om daar een nest te bouwen op een akker. Uit onderzoek blijkt dat de gele kwikstaart zijn eerste nestje graag in wintertarwe bouwt en zijn tweede legsel graag in aardappels maakt. De planten zijn in die periode mooi dicht en bieden een goede beschutting. Deze gele kwikstaart bouwt zijn nest graag tegen de stengel van de plant. Ook in deze aardappelpercelen zoekt dit mooie gele vogeltje naar insecten, bijvoorbeeld naar de knal oranjerode larven van de coloradokever.
Waar houden jullie je nog meer mee bezig?
“Een groot deel van ons werk bestaat uit het zoeken en beschermen van kiekendieven die nestelen op de grond in landbouwgewassen, voornamelijk in wintertarwe en luzerne. Daarnaast doen we veel tellingen in het agrarische gebied en doen we broedbiologisch onderzoek naar verschillende soorten akkervogels zoals veldleeuweriken en wulp. Bij veel van onze werkzaamheden worden we ondersteund door een grote groep vrijwilligers die we aansturen. Er wordt ook onderzoek gedaan naar maatregelen om te zien wat voor een effect ze hebben op akkervogels. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen zoals vogelakkers, akkerranden, het later zaaien van mais, het dunner zaaien van graan en het telen van luzerne/gras klaver met uitgesteld maaibeheer. Ook onderzoeken we enkele pilotgebieden met Natuur inclusieve landbouwmaatregelen en proberen we hier invulling aan te geven. Op basis van deze gegevens kunnen wij adviseren aangaande de inrichting van akkerbouwgebieden met een extensiever en diverser bouwplan.”