Kooktypen
Aardappelen verschillen in kleur, smaak, vorm en kooktype. Er zijn verschillende kooktypen:Vastkokend: Hierbij blijft de aardappel heel tijdens het koken. Daarnaast behoudt de aardappel zijn vorm. Vaskokende aardappelen kunnen worden gebakken, gefrituurd, of in ovenschotels en salades worden gedaan. Voorbeelden van vastkokende aardappelen zijn de Nicola, de Annabelle en de Opperdoezer Ronde.
Kruimig: Ook hierbij bijft de aardappel heel tijdens het koken, alleen de buitenkant wordt een beetje kruimig.
De volgende onderverdeling kan gemaakt worden:
- rode aardappelen, bijvoorbeeld Red Baron, Mozart en Bildtstar
- middenmaat, bijvoorbeeld Milva, Folva en Berber (38-50 mm)
- grovere maat, bijvoorbeeld Milva, Folva en Berber (vanaf 50 mm)
Kruimige aardappels zijn eveneens geschikt voor koken, bakken, frituren, of ze kunnen in ovenschotels en salades worden gedaan. De grovere maat wordt veel gebruikt voor puree, ovenschotels en stamppotten.

Specialiteiten (zeer kruimig): Deze aardappels vallen bij het koken gemakkelijk uit elkaar. Hierdoor worden ze ook wel afkokers genoemd. De specialiteiten zijn geschikt voor puree, stamppot, soufflé en soep. Voorbeelden van specialiteiten zijn de Eigenheimer, Doré en de Irene.
Het kooktype heeft invloed op de smaak van een aardappel. Vaste aardappels hebben bijvoorbeeld een andere smaak dan kruimige aardappels. De smaak is daarnaast afhankelijk van het soort aardappel, de periode waar hij in bewaard is, of de manier van telen (in zand- of in kleigrond). Ook de teeltomstandigheden spelen een belangrijke rol. Denk hierbij aan de temperatuur of de neerslag in het teeltgebied.
Nederlands
English
Français
Deutsch